De 4 seizoentypen
Het ontstaan van de vier seizoenpaletten
De mooiste kleuren komen we tegen in de natuur - het geheim ligt in haar seizoenen. Ieder seizoen onderscheidt zich door een prachtige kleurenreeks en jouw natuurlijke kleur is in harmonie met één van deze paletten. Jouw kleuren zijn bepaald door je genen - de huidkleur die je bij je geboorte hebt gekregen verandert praktisch niet. Ze wordt misschien na de prille kinderjaren wat donkerder, en weer wat lichter bij het ouder worden, maar de kleuren die bij je uiterlijk passen veranderen niet - hooguit verandert de intensiteit met je eigen huidkleur mee.
Na studie van de kleurenleer van o.a. Goethe en Itten zijn vier seizoenpaletten ontwikkeld als leidraad voor kleding, make-up en accessoires. De namen van de vier seizoenen zijn gekozen omdat de kleuren van de vier paletten zo goed overeenstemmen met de seizoenen.
Lente
Denk aan het jonge heldere groen van het nieuwe gras, de rode en gele voorjaarsbloemen en de pastelkleurige bloesems aan de bomen. De kleuren van de lente zijn warm, zacht, licht en helder.

De lente komt met haar eigen, nieuwe kracht. Deze lentekracht laat zich al voelen als het einde van de winter nadert; ondanks winterse omstandigheden lopen de knoppen van de meidoorn langzaam maar zeker uit van kleine rode speldenknopjes tot steeds groenere knoppen. Ontkiemen het kleefkruid en de look-zonder-look volop en verschijnen er overal frisgroene brandnetels. Het leven kruipt weer uit de grond tevoorschijn en vult de lucht. Het komt weer voelbaar, en door niets te stoppen, dichterbij.
Het vorige groeiseizoen is nu echt verleden tijd. Alles wat nu weer gaat uitgroeien is nieuw, echt nieuw. Een nieuwe kans, nieuwe start. Nieuwe energie, vitaliteit. En je vraagt je af, wat is er nu eigenlijk gebeurd in deze winter, wat is het waardoor in de lente het leven als een phoenix uit zijn eigen as kan herrijzen? Nog steeds een phoenix, of een witte dovenetel, een beuk, maar toch nieuw. Opgenomen in de prille, krachtige mogelijkheden van deze nieuwe cyclus.

De zomer brengt met haar warmte en het felle licht een nevelige waas over de kleuren. Bij de zomer horen ook zand en alle mogelijke kleuren aqua kleuren van de zee en de lucht. De kleuren in de tuinen zijn overwegend lila en roze. De zomerkleuren zijn koel en gedempt.

De zon staat hoog in de hemel, de dagen zijn lang. Al het leven lijkt naar buiten te zijn gekomen: de bloemen staan voluit te bloeien, en de aarde is bedekt met een metershoog groen bladerdek, waarin de vogels en talloze insecten van de ene boom naar de andere bloem vliegen. De in de winter zo kale bodem is omgetoverd in een weelderig landschap vol verborgen hoekjes, waarin het gonst van leven, van het kleinste snuitkevertje tot de grootste roofvogel.
De bloemen die zich openen in het warme zomerlicht stellen hun kleuren en vormen ten toon. Stralend wit, zachtroze of teer lila, laten ze zien wat hun kwaliteiten zijn. Ze zijn wat ze zijn. Ze verhullen niets, en zijn toegankelijk voor ander leven – een bij, een hommel - zodat het hen kan bevruchten, waardoor het leven kan worden voortgezet.
De zomer is de tijd waarin het leven elkaar ontmoet en bevrucht. De zomer is de vreugde van het leven zoals het ís!
Herfst
De natuur kleurt roodbruin, donkergeel en diepgroen. Dit is het seizoen van de oogst: denk aan het gouden koren, de rode appels, de oranjegele pompoenen. De herfstkleuren hebben diepe, warme grondtonen.

In de herfst trekken de warmte en het licht van de zon weer verder en wordt het donkerder en kouder. De bomen laten na een schitterend kleurenfeest hun bladeren en zaden vallen om een lange rustperiode in te gaan, en de planten sterven geheel of alleen bovengronds af.
Het leven in de natuur trekt zich terug, en verdwijnt langzaam naar binnen. De schitterend gekleurde rode en gele bladeren van de bomen worden steeds bruiner terwijl ze in dikke lagen op de grond, in de regen en de kou, slinken. Bijna onopgemerkt zullen ze de komende jaren in voedselrijke humus veranderen. Insecten, padden en egels vinden in de bladerhopen hun winterverblijf. Najaarsstormen rukken dode takken uit de bomen. Zaadjes, met hun zacht stralend licht binnenin, wachten in alle rust in de koude, donkere bodem...
Winter
Als het vriest dat het kraakt lijken alle kleuren heel helder, en ziet men grote contrasten, bijvoorbeeld als er sneeuw ligt. De kleuren van de winter zijn ook ijstinten als ijsblauw of -roze: koel en helder.

De winter: een landschap met kale takken en donkere aardetinten. Een zacht aubergine-kleurige licht vult de lucht met een intimiteit die alleen aan de winter lijkt voorbehouden. Sneeuw en rijp laten ons in een andere wereld leven. De rustende Aarde lijkt hier heel tevreden mee te zijn...
De winter is een bijzondere tijd: een tijd waarin al het leven met van ontzag ingehouden adem een stapje terug lijkt te doen. Om ruimte te maken voor Nieuw Leven dat ergens anders vandaan komt